De nieuwe horeca:
minder trend, meer mens
Over waarom de toekomst van horeca misschien verrassend ouderwets wordt.
Ik lees de laatste tijd nogal wat lijstjes met dé horecatrends omdat ik wel nieuwsgierig ben naar de toekomst van gastronomie/horeca: Plantaardig. AI. Personalisatie. Lokale producten. Beleving. Shared dining. Technologie. Duurzaamheid.
Allemaal waar. Maar toch denk ik dat we iets missen wanneer we horeca alleen maar in trends proberen te vatten.
Want terwijl de sector volop bezig is met de toekomst, gebeurt er volgens mij iets heel anders aan de tafels. De gast wordt kritischer. Niet noodzakelijk veeleisender, maar bewuster. Hij vraagt zich steeds vaker af: waarvoor wil ik vandaag mijn geld uitgeven?
En dat maakt de nieuwe horeca misschien minder ingewikkeld dan we denken.
WAT STEL IK VAST?
De gast wil waar voor zijn geld. Maar dat betekent niet goedkoop.
De Belgische consument kiest selectiever. De klassieke restaurantbezoeken staan onder druk, terwijl terrassen, leisure en concepten die ontspanning en beleving combineren het beter doen. (Foodservice Alliance)
Dat vind ik eigenlijk niet zo verwonderlijk.
Een avond uit eten is al lang niet meer gewoon: voorgerecht, hoofdgerecht, dessert en naar huis. We willen iets beleven.
Maar… we willen ook niet het gevoel krijgen dat we een financieel project hebben afgesloten vooraleer we onze eerste hap hebben gegeten.
En daar zit volgens mij een interessante uitdaging voor de horeca.
Prijs wordt belangrijker, maar waarde nog veel meer.
Een gast mag gerust €60, €80 of meer betalen voor een avond. Als hij buitenkomt met het gevoel: dit was goed besteed geld, dan is de rekening plots minder belangrijk.
Maar wanneer hij €40 betaalt en het gevoel heeft dat hij vooral voor supplementen, kleine porties en een hoop regeltjes heeft betaald, ontstaat er iets anders. Dan begint de gast te rekenen.
En dat is volgens mij een trend waar we veel te weinig over praten: de emotionele waarde van een horecabezoek.
Technologie mag helpen. Maar ze mag geen ober worden.
Ook technologie verandert de horeca razendsnel. Hotels en horecabedrijven investeren steeds meer in geïntegreerde systemen, data en personalisatie. Niet zozeer omdat de gast nóg meer technologie vraagt, maar omdat ondernemers efficiënter moeten werken. (Hospitality Net) Prima.
Laat AI maar helpen bij reservaties. Laat systemen voorspellen hoeveel personeel je nodig hebt. Laat technologie ervoor zorgen dat een keuken efficiënter draait.
Maar ik hoop vooral dat we één ding niet vergeten: Ik wil nog altijd dat iemand mij welkom heet.
Ik wil dat iemand ziet dat ik mijn glas bijna leeg heb. Dat een sommelier vraagt wat ik lekker vind, in plaats van alleen maar te vertellen wat er op het menu staat.
Dat een ober een grapje maakt. Dat een chef soms uit de keuken komt. Dat er een klein beetje spontaniteit in een avond zit.
Want hoe meer technologie we rondom ons krijgen, hoe waardevoller menselijk contact wordt.
Mijns inziens wordt net ‘gastvrijheid wel de nieuwe luxe.’
Plantaardig?
Ja. Maar liefst zonder het grote vingertje.
Ook hier zie ik een verschuiving.
Plantaardig verdwijnt helemaal niet. Integendeel. Maar het wordt minder een ideologische hype en steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van een goed menu. Smaak, kwaliteit, gezondheid en flexibiliteit worden belangrijker. (ProVeg International)
En eerlijk? Dat vind ik een goede evolutie.
Ik hoef niet noodzakelijk te weten dat mijn gerecht “100% plantaardig, circulair, regeneratief en maatschappelijk verantwoord” is voordat ik mijn vork erin zet. Geef mij gewoon iets dat ongelooflijk lekker is. Vertel me daarna gerust waar het vandaan komt.
De gast hoeft niet altijd overtuigd te worden. Soms moet hij gewoon verleid worden.
Terug naar de tafel
Een andere beweging die ik bijzonder interessant vind, is het verlangen naar samen beleven.
Shared dining blijft populair. Niet alleen omdat het commercieel interessant kan zijn, maar omdat eten nu eenmaal een sociaal ritueel is. We willen proeven van elkaars bord. We willen dingen doorgeven. We willen praten. Blijven zitten. Nog eentje drinken.
En daar zit volgens mij de echte toekomst van horeca.
Niet in nóg een concept. Niet in nóg een buzzword. Maar in tafels waaraan mensen graag blijven zitten.
Dat klinkt misschien ouderwets.
Maar in een wereld waarin we voortdurend naar schermen kijken, algoritmes onze keuzes voorspellen en zelfs onze vakanties online boeken, groeit net het verlangen naar echte ervaringen. Recent Europees onderzoek wijst ook op die beweging richting menselijke aanbevelingen, lokale ervaringen en meer offline beleving. (Mastercard Content Exchange)
En misschien is dat wel de grootste horecatrend van allemaal.
Menselijkheid.
Mijn voorspelling?
Ik denk dat de horeca de komende jaren niet noodzakelijk spectaculairder moet worden. Ze moet relevanter worden. Minder “kijk eens wat wij allemaal kunnen” en meer “kom binnen, we zorgen ervoor dat je een fijne avond hebt”.
Minder afstand. Meer persoonlijkheid. Minder perfectie. Meer karakter.
En vooral: minder denken vanuit wat de trend zegt en meer luisteren naar wat de gast voelt.
Want uiteindelijk komen mensen niet naar een restaurant omdat ze honger hebben.
Ze kunnen thuis eten. Ze komen omdat ze iets willen voelen. Een herinnering maken. Iemand ontmoeten. Iets vieren. Verwend worden. Inspiratie opdoen. Verrast worden. Of gewoon even ontsnappen aan de dagelijkse ratrace.
En misschien is dat dus de grootste trend voor de horeca van morgen: terug naar waar het ooit allemaal mee begon.
Een tafel. Een goed bord. Een goed glas. En iemand die zegt:
“Welkom. Fijn dat je er bent.”
